het tempo dat ik voorsta houdt niet zonder poezie
om er af en toe eens mee uit te stappen
om terug te spoelen, stop
dan langs een grote lijn versneld weer naar voren
tot het einde en verder, naar voren, de nacht in
met alleen een kaarsje
dat brandt
met alleen een gaaf liquide glitterlicht
dat brandt
met de radio aan
met een pen in de hand
om in zoveel zinnen toe te geven dat je eerst mens moet worden
eerst boven je kunnen lief hebben
voor je in de onderwereld de verhalen verder aan elkaar knoopt
en verder
naar voren, en terug, en weer, en schrijf op
-ik ben geen vleeshouwer
maar ik weet meer over worstjes
dan over hoe dat echt moet
zoals jij dat doet
in en uit, met de vrijheid tegen al het ongemak en de eeuwige stroom in
je eigen hart trouw in de daad- stop
ik ben geen vleeshouwer
en speel geen duivel
maar een trage peet
die door de bliksemschichten kuiert
en op de knallen dicht
duvel duvel |